De wereld in miniatuur is fascinerend. Het Gemeentemuseum Den Haag lokt met het tentoonstellen van dertig poppenhuizen en een zaal vol zilveren miniaturen jong en oud naar binnen. Is getiteld: ”XXSmall”.
De Chinezen en de Grieken ontdekten in de oudheid de magische wereld van miniaturen al, en wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Wat de poppenhuizen uit de 17e en de 18e eeuw vooral laten zien, zijn de intact gebleven interieurs. Bezoekers staan niet alleen met hun neus op het dagelijkse leven tot in de kleinste details, maar ook op de wooninrichting en de mode uit die tijd.
Persvoorlichter Marlien de Vries: „Objecten in miniatuur zijn inderdaad al eeuwen oud. Daarom vonden we het leuk om ook Griekse kruikjes te laten zien die in de 6e eeuw voor Christus meegingen in het graf. De poppenhuizen komen uit heel verschillende collecties en musea. We hebben een Engels, een Duits, een Italiaans en zelfs een Japans poppenhuis, al is het uitgangspunt van de tentoonstelling ons eigen Nederlandse topstuk van Sara Rothé uit 1745, dat een van de best bewaarde kabinetpoppenhuizen is.”
„De bakermat van de poppenhuizen is Zuid-Duitsland. Ook de oudste bewaard gebleven Nederlandse exemplaren zijn van Neurenbergse makelij. De kunst past in de traditie van de ”Kunstkammer”, waarin rijke mensen hun bijzondere snuisterijen toonden aan bezoekers. Dat ging zo ver dat ze soms zelfs evenveel geld spendeerden aan hun hobby als aan hun eigen interieur.”
Rietveld
De hobby’s van toen resulteren in ieder geval in veel kijkgenot voor nu. Hindelooper kinderstoelen, handbeschilderde hoedendoosjes, een kabinetje vol Delfts blauw aardewerk, zilveren haardstellen, Friese stoelklokken, kroonluchters, een Statenbijbel van 2 centimeter met zilverbeslag. De meest uiteenlopende voorwerpen, tot en met mattenkloppers en Mariabeeldjes, zijn ooit door kunstenaars in het klein gemaakt ter wille van gegoede dames.
Het valt overigens op dat er in de meeste poppenhuizen geen pop te zien is. „Dat klopt, het overgrote deel van de poppenhuizen was een speeltje voor volwassenen, kinderen mochten er niet aankomen”, zegt De Vries. „Leuk is dat we hier dus ook poppenhuizen hebben, zoals de bekende architect en ontwerper Gerrit Rietveld die maakte voor huisarts en fotograaf Nico Jesse, waar diens kinderen wel mee speelden. Verder hebben we er om die reden veel poppen en poppenkleertjes omheen staan. Barbiepoppen, modellen van diaconessen en verpleegstertjes, maar ook een pop die gekleed is in de door Viktor en Rolf ontworpen bruidsjurk die prinses Mabel droeg.”
Prinsesje
Hoogtepunten genoeg, en een ervan is de boerderij die prinses Juliana op haar tweede verjaardag van haar ouders kreeg. In 1911. De bedoeling was dat het kleine prinsesje inzicht kreeg in het leven op de boerderijen uit het Kroondomein Het Loo. Een boerderij uit Uddel diende als model. „Het is helaas niet bekend wie de boerderij heeft gemaakt. Het ziet er niet naar uit dat Juliana er veel mee heeft gespeeld, gezien de perfecte staat, al gaat het verhaal dat ze haar poppen wel eens op de boerderij liet logeren om er te herstellen van ziekte.”
De Vries attendeert op een andere topper: het oudste poppenhuis, afkomstig uit Neurenberg. „De annalen vermelden dat dit poppenhuis bijvoorbeeld een rol speelde bij de opvoeding van de kinderen als voorbeeld van een goed georganiseerd huishouden.”
Een ander prachtig miniatuur is een Italiaans paleisje uit het Museo Davia Bargellini uit Bologna. „Italiaanse poppenhuizen zijn zeldzaam, maar dit is in al zijn pracht bewaard gebleven. Het vertoont alle kenmerken van de Italiaanse bouwkunst, tot en met pilasters en geprofileerde daklijsten.”
XXSmall is tot en met 24 maart te zien in Gemeentemuseum Den Haag. Openingstijden: dinsdag tot en met zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur. www.gemeentemuseum.nl
Kinderkunstboek
Samen met kinderboekenschrijfster Anna Woltz maakte illustrator Thé Tjong-Khing een kinderkunstboek bij de tentoonstelling XXSmall: ”Nacht in het poppenhuis.” De originele tekeningen hebben een plaats gekregen in de tentoonstelling.
Op de schitterende werken, zoals alleen Tjong-Khing die kan maken, herken je al snel het pronkstuk van het gemeentemuseum: het huis van Sara Rothé, tot en met het porseleinen hondje uit de hal. En met dat hondje laat Anna Woltz iets gebeuren. Als Willemina uit logeren gaat bij tante Sara, die in een grachtenpand woont, laat tante haar het poppenhuis zien. „Pas op”, zegt tante. „Je mag alleen kijken.” Willemina ontdekt de hond in de hal. Ze zal voorzichtig zijn, echt waar. Ze pakt de hond, ze aait zijn oren en zijn voorpoten en zijn staart… En daar heb je het, de staart breekt af.
Woltz heeft een sprookjesachtig en mooi gestileerd verhaal geschreven en Thé Tjong-Khing, die vorig jaar werd onderscheiden met de Max Velthuijsprijs, heeft het beroemde poppenhuis tot in de finesses nagetekend met hemelbedden, Perzische tapijten en staande horloges. Oogstrelend tot in alle hoeken.
”Nacht in het poppenhuis”, door Thé Tjong-Khing en Anna Woltz; uitg. Leopold, 2011; ISBN 978-90-258-5942-8; 32 blz.; € 13,95.