Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Veiligheid zoeken in merken

 Psychiater Erry Pieters (l.) let bewust op iemands uiterlijk. "Zit iemand niet goed in z'n vel, dan zie je dat vaak terug in zijn uiterlijk."

Psychiater Erry Pieters (l.) let bewust op iemands uiterlijk. "Zit iemand niet goed in z'n vel, dan zie je dat vaak terug in zijn uiterlijk."

Op wie loop je het eerst af tijdens een verjaardag met veel onbekenden? Naar iemand die ongeveer dezelfde kleren aan heeft. Psychiater Erry Pieters (54), verbonden aan Eleos, bewijst met dit voorbeeld hoezeer kleding een communicatiemiddel is. De Dordtse kleur-en stijlconsulente Alexandra van der Wulp (28): „Door je kleding laat je aan anderen zien wie je bent. Of wie je zou willen zijn.”
Ze hebben beiden iets met kleding maar werken in heel verschillende disciplines. Erry Pieters let er als psychiater heel bewust op hoe iemand eruitziet. „Zit iemand niet goed in z’n vel, dan zie je dat vaak terug in zijn uiterlijk.” Alexandra van der Wulp laat in haar werk als consulente voor de christelijke organisatie StyleColor mensen ontdekken welke kleding het beste bij hen past. „God heeft ons allemaal anders gemaakt; waarom zouden we dan hetzelfde aantrekken?”

Laat je door je kleding zien wie je bent? Pieters: „Vaak sta ik ’s morgens voor de spiegel en denk: Waar heb ik zin in vandaag? Luister ik dan naar mezelf, dan laat ik in mijn kleding zien hoe ik me voel.” Van der Wulp: „Dat herken ik! Maar niet altijd zie je aan het uiterlijk hoe iemand echt is. Mensen kunnen zich ook achter hun kleding verschuilen. Door zicht bijvoorbeeld hetzelfde te kleden als iemand die ze hoog hebben staan.” Pieters: „Dat merk je pas als mensen hun ware gezicht laten zien. Dan zeggen anderen achteraf: Het was altijd zo’n keurige man of vrouw.”

Pieters ziet in haar werk veel mensen die depressief zijn. „Zulke personen dragen vaak donkere kleuren en bijvoorbeeld een slobbervest. Naarmate het beter met iemand gaat, zie je dat hij ook meer aandacht aan zijn uiterlijk gaat besteden. En vrolijkere kleuren gaat dragen.”

Van der Wulp: „Veel mensen die niet zo willen opvallen, dragen sombere kleuren, of aardetinten. Maar dat zijn niet altijd de kleuren waarin ze het beste tot hun recht komen.” Wat bij iemand past, heeft volgens de kledingadviseuse te maken met de kleur van de huid, de kleur van de ogen, de haren en onder meer de vorm van het lichaam. Tijdens een consult laat ze dat haar cliënten zelf ontdekken door hen diverse gekleurde sjaals om te hangen. „De juiste kleuren zorgen ervoor dat een gezicht minder tekent; wallen, rimpeltjes en vlekjes vallen daardoor enigszins weg.”

Kleine kinderen schijnen vrij automatisch de kleuren te pakken die het beste bij hen passen. Volwassenen kunnen dat minder goed. Van der Wulp: „De opvoeding kan heel bepalend zijn.” Als er bij een bepaald kledingstuk vaak wordt gezegd: Dat staat je prachtig, ben je geneigd vaker zo’n model te kopen.”

Wat iemand mooi vindt, wordt verder bepaald door wat in de mode is. Niet iedereen is daar gelukkig mee. Pieters: „Mode? Gruwelijk! Ik wil m’n eigen lengtes en kleuren bepalen en niet gedwongen worden iets te kopen omdat het nu eenmaal in de winkel hangt.” Van der Wulp: „Ik hou er wel van. Maar ik vind het wel belangrijk niet slaafs de mode te volgen. Er zijn echt mensen die zonder na te denken kopen wat er in de winkel hangt, omdat het ín is. Daar krijgen ze bijna altijd spijt van. Het is de kunst uit de mode te kiezen wat bij je past.”

Wat iemand uiteindelijk aantrekt, heeft ook te maken met de gelegenheid waarvoor de outfit bedoeld is. Van der Wulp: „Je draagt op een bruiloft nu eenmaal iets anders dan op een begrafenis.” Pieters: „Door op een trouwerij iets feestelijks te dragen, toon je respect voor de ander. Je geeft er als het ware mee aan dat je de gebeurtenis zo belangrijk vindt dat je er mooi gekleed uit wilt zien.”

Ongeschreven regels

De sociale omgeving speelt volgens beide vrouwen ten slotte een belangrijke rol in kledingkeuze. Pieters: „Tussen scholieren onderling kunnen heel duidelijke ongeschreven kleedregels gelden: dat merk is mooi en dat niet. Jongeren nemen dat bijna als vanzelf over. Het geldt overigens niet alleen op scholen, maar ook in kerkelijke gemeenten. Wordt een man ouderling, dan zie je in bepaalde kerken de rok van de vrouw langer worden. Lang niet altijd omdat zij dat zelf wil, maar omdat ze denkt dat dat van haar wordt verwacht.”

Van der Wulp: „In onze gezindte kopen veel mensen bij winkels als College Style. Ik denk zelf dat mensen door daar te kopen een stukje veiligheid zoeken. Door te kopen wat anderen ook dragen, hoef je niet na te denken over de vraag wat je zelf mooi vindt of wat bij je past.”

Pieters: „Het zit in een mens bij een bepaalde groep te willen horen. Dus kijk je bewust of onbewust naar wat anderen aan hebben of hoe hun haar zit. En dat kopieer je. Want dan val je in ieder geval niet buiten de boot.” Van der Wulp: „Ik vind persoonlijk de bandbreedte niet zo groot, je stoot snel iemand voor het hoofd. Er mag in onze gezindte wel wat meer ruimte zijn om je identiteit tot uitdrukking te brengen in je kleding.”

Pieters: „Het is belangrijk dat je niet aan jezelf voorbijgaat. Toch kun je niet ontkennen dat kleding een communicatiemiddel is. Trek je iets aan dat heel erg afwijkt van wat anderen aan hebben, dan geef je het signaal af: ik wil nog maar een beetje bij jullie horen. Het is een teken van rebellie.” Van der Wulp: „Of je bent gewoon jezelf.”

Pieters stemt haar werkkleding af op haar cliënten. „Sommige mensen zijn het niet gewend felle kleuren te dragen. Heb ik die dag een afspraak met hen, dan draag ik bijvoorbeeld een grijs truitje onder m’n jasje. Het blijkt dat je makkelijker contact maakt wanneer je iets aantrekt wat de ander ook zou kunnen dragen.”

Van der Wulp knikt, maar plaatst er een kanttekening bij. „In zo’n werksituatie kan ik me dat voorstellen, ja. Dan doe je dat bewust. Maar er zijn ook mensen die zich altijd aanpassen aan anderen. Dat vind ik te ver gaan. Wat is dan nog je eigen identiteit? Natuurlijk is het belangrijk dat je met respect met anderen omgaat en rekening houdt in je kledingkeuze, maar je dreigt je identiteit te verliezen als de angst om ergens buiten te vallen overheerst.”

Pieters: „Als ik weet dat mensen ergens aanstoot aan nemen, dan probeer ik daar respectvol mee om te gaan. Maar dat respect moet er ook van de andere kant zijn. Als ik bijvoorbeeld mijn verjaardag vier en diezelfde mensen zouden langskomen, dan bepaal ik helemaal zelf wat ik aantrek, zonder daarbij rekening met anderen te houden.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek