De keuze voor die fabriek komt voort uit de snelheid waarmee de fabriek levert. Jan Roukens, eigenaar van College Style: „En vanwege de kwaliteit, die eigenlijk altijd goed is.”
Uniciteit
Het winnende pakje is bij de fabriek in drie kleuren besteld – de rok sonia in donkergrijs, kit en bleu, het vestjasje katryn en de sjaal in offwhite, kit en koraal. In elke kleur worden zo’n honderd rokken en vestjes gemaakt. Het aantal dat wordt besteld, hangt af van de aard van het kledingstuk. Roukens: „Van een basis-T-shirt laten we er altijd veel fabriceren, maar met pakjes als deze moet je het midden zien te vinden tussen productiekosten en uniciteit van de outfit. Vrouwen willen niet graag anderen ontmoeten die hetzelfde dragen”
De fabricage van een order van deze omvang duurt zo’n twee tot vier weken, los van de bestelling van de stof. Dat laatste neemt alleen al vier tot acht weken in beslag.
Spil in het hele productieproces is de afdeling planning van de fabriek. „Daar wordt bepaald langs welke afdelingen de kleding gaat. De medewerkers van de planning houden ook in de gaten wat eerst moet gebeuren. Zo zorgen zij ervoor dat de stof op tijd wordt besteld, zodat ze op de afgesproken datum kunnen leveren.”
De eerste stap in de productie is de afdeling patronen. Daar zit iemand –in dit geval een man– die van het ontwerp een patroon tekent. Dat gebeurt in alle maten waarin de rok en het jasje in de winkel moeten komen te hangen.
Als de stof –in dit geval met een memorykwaliteit– binnen is, kan het patroon daaruit worden gesneden. Bij sommige patroondelen gebeurt dat handmatig, maar als het even kan neemt een machine het knipwerk over. Daarbij houdt een controleur nauwlettend in de gaten of de stof op z’n efficiëntst wordt gebruikt. „Stof die afvalt, kost geld. Om hoeveel procent dat gaat, hangt af van hoe ingewikkeld het model is. Bij het winnende patroon viel zo’n 6 procent af, dat is aardig gemiddeld.”
In de productiehal zijn verschillende banen die allemaal een andere taak hebben. De ene baan stikt de rok aan elkaar, een andere zorgt er bijvoorbeeld voor dat de zakken erop komen. Op één afdeling zit een medewerker die ervoor zorgt dat alle kleding van knopen wordt voorzien. Hij gebruikt daarvoor een apparaatje waarmee hij dat klusje een heel stuk sneller kan klaren dan met de hand.
Aan het eind van de rit buigen de medewerkers van de strijkkamer zich nog eens over de stof, waarna die uiteindelijk netjes hangend en in plastic verpakt weer tevoorschijn komt.
Na elke productiestap zijn er twee controlerondes. Een medewerker kijkt of alles bij de kleding goed zit, bijvoorbeeld of er geen losse draadjes aan de rok hangen. Het hoofd van de productieafdeling controleert of elke stap volgens afspraak verloopt. Roukens: „Dat laatste is belangrijk, want het is geen pretje er pas in de winkel achter te komen dat er iets niet klopt.”