Zo’n tien leden geven deze woensdag acte de présence op het vliegveld van de Betuwse Modelvlieg Club. De grasmat van 100 bij 60 meter ligt even buiten villapark Lingemeer. In de verte raast het verkeer over de A15, op de Betuwelijn laat zich één goederentrein zien. De club pacht het terrein van een boer en houdt zelf de grassprieten op de gewenste lengte.
Maisveld
Er hangt een ontspannen sfeer op het veld. Achter elke geparkeerde auto ligt een vliegtuig of een helikopter en staat een koffertje met gereedschap. Sommige clubleden zijn ingespannen bezig met de controle van hun kist. Anderen kletsen bij of houden de vliegbewegingen in de gaten.
Wie zijn kist de grond in boort, in het naastgelegen maisveld laat duiken of de landing smoort in het hoge gras kan op gelach rekenen. Geen hoongelach. „Van onderlinge competitie is geen sprake. We helpen elkaar, ook als het misgaat”, benadrukt Hans Mol. Hij stond dertig jaar geleden aan de wieg van de club, die momenteel vijftig leden telt. In de leeftijd van 14 tot 76. Vrouwen ontbreken. Henk van Beek: „Modelvliegen is een sport voor jong en oud.” „Het zijn voornamelijk individualisten die zélf bouwen en zélf vliegen”, aldus Mol. „Tegelijkertijd trekken ze naar elkaar toe om ervaringen uit te wisselen.”
Het bouwen, het resultaat van die inspanning en het vliegen zelf vormen de charme van de modelvlieghobby, meent Mol. „Elk lid geeft zijn bevlogenheid wel een eigen invulling.”
Nestor Henk van Barneveld gaat voor het zweefvliegen. „Even de motor aan en dan eindeloos zweven. Van de ene thermiekbel naar de andere. Soms houd ik een kist drie kwartier in de lucht.” Te tam, vind Luisman. „Als het maar hard gaat.” Knoppers houdt van diversiteit. Achter zijn groene Twingo liggen een zelfgemaakt deltavliegtuigje, een kleine helikopter, een lichtgewicht indoorvliegtuig en een joekel met een spanwijdte van bijna 2 meter. De laatste heeft een 50 cc-motor onder de huid en is bedoeld om mee te stunten.
Bibbers
Wesley Stolker houdt het als een van de weinigen bij helikopters. Een dure grap. Zijn exemplaar kost een kleine 2000 euro. Met deze wentelwiek zijn allerlei capriolen mogelijk. Het rookspoor toont in welke bochten de heli zich wringt.
Het lijkt eenvoudig zo’n toestel in de lucht te houden, maar schijn bedriegt. „Tijdens de wintermaanden zit ik dagelijks een kwartier achter de computer om een nieuwe manoeuvre onder de knie te krijgen. En vrijwel altijd stap ik met bibbers het veld op, want als het fout gaat en de heli komt te hard neer dan loopt de schade flink in de papieren.”
Het besturen vergt uiterste concentratie. „Een helikopter wil voortdurend naar één kant gaan hangen. Ik ben voortdurend met de twee stuurknuppels van de zender aan het corrigeren. Daar komt het bochtenwerk nog bij. Een praatje met de buurman maken is dan ook niet verstandig.”
Stolker geniet van het ingespannen bezig zijn en van de contacten met clubleden. „Ik heb een drukke baan. Hier vergeet ik alles en kom ik bij.”
Eigenwijze mensen
Vliegen saai? De felle blik van Van Barneveld spreekt boekdelen. „Het is een virus. Na vijftig jaar bezit ik nog altijd de drang om nieuwe figuren te leren.” Mol: „Een van onze leden is doof, een ander moeilijk ter been. Het mooie is dat ook deze mensen de modelvliegsport kunnen beoefenen.”
„Iedereen kan het vliegen onder de knie krijgen”, stelt Luisman. „Als hij tenminste openstaat voor instructies. Ik ken eigenwijze mensen die het ene vliegtuig na het andere de grond in boren.”
Mol: „Tegenwoordig moet elke onbekende die zich bij ons aandient een brevet van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL) laten zien voordat hij mag vliegen. En iedere nieuwkomer krijgt lessen van ervaren clubleden, waarna hij zijn papiertje van de KNVvL kan halen.”
Alle instructies ten spijt, met enige regelmaat maakt een vliegtuig harder kennis met de grond dan wenselijk is. „Schade is natuurlijk niet leuk”, merkt Stolker nuchter op. „Als het meezit, blijft die met mijn helikopter beperkt tot 200 euro.”
Ongelukken horen erbij. Luisman: „Wie niet wil crashen, moet niet vliegen. Hoe langer je bezig bent, hoe meer je wilt bereiken. Dus ga je steeds gekker doen in de lucht, waardoor je fouten maakt.” Mol: „Weinig modelvliegtuigen halen de puberteit.”
Soorten en maten
Radiografisch bestuurbare modelvliegtuigen zijn er in soorten en maten, variërend van kleine lichte modellen waarmee in een hal gevlogen kan worden tot grote schaalmodellen, zweef- en stuntvliegtuigen. In Nederland zijn toestellen tot een gewicht van 20 kilo toegestaan. De meeste kisten worden aangedreven door een brandstofmotor, een elektromotor of een turbinemotor.
Er bestaan twee groepen vliegtuigen: modellen voor beginners en modellen voor gevorderden. De eerste kennen een hoge eigen stabiliteit, zijn daardoor makkelijk te vliegen en zijn vergevingsgezind als je een foutje maakt. Toestellen voor gevorderden zijn instabiel en daardoor veel wendbaarder. Hiermee kunnen goed figuren gevlogen worden. De meeste vliegtuigen kunnen zo’n vijftien minuten in de lucht blijven, voordat er weer moet worden bijgetankt. Elektrozweefvliegtuigen houden het langer uit, omdat de motor enkel gebruikt wordt om te stijgen en van de ene thermiekbel naar de andere te komen.
Werden modelvliegtuigen vroeger vooral zelf gebouwd aan de hand van een bouwtekening, tegenwoordig zijn zogeheten ARtF-modellen populair. ARtF staat voor Almost Ready to Fly, toestellen die al voor zo’n 90 procent zijn afgebouwd. De hobbyist moet zelf nog zaken zoals roeren, stuurstang, motor en ontvanger op de juiste plek aanbrengen. Modelvliegen is niet goedkoop. Een goed vliegtuig en een zender vergen een investering van ten minste 500 euro. De aanschaf van de zender is overigens eenmalig.
Het is niet aan te raden op eigen houtje te gaan modelvliegen, maar lid te worden van een vliegclub. Daar leiden ervaren instructeurs beginnelingen op om goed en veilig te vliegen en kan het brevet van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart worden gehaald. Het lidmaatschap van de Betuwse club kost 110 euro per jaar. Daarbij is het lidmaatschap van de KNVvL inbegrepen. Bij de KNVvL zijn modelvliegers verzekerd tegen schade die hun toestel veroorzaakt.
Modelvliegtuigsimulatorprogramma’s zijn tegenwoordig niet meer weg te denken. Hierbij wordt de zender op de pc aangesloten en kan de hobbyist de besturing van diverse modellen op een veilige manier onder de knie krijgen zonder het gevaar van een crash.
betuwsemodelvliegclub.nl, knvvl.nl/afdelingen/modelvliegsport.nl.