Door mijn hamers houd ik -vergelijk het met het werk van een timmerman- het gevoel om een uurwerk goed te kunnen monteren en te bewerken. Of ik een grotere of een kleine grijp, hangt van het soort werk af. Moet ik materiaal ruw voorbehandelen, dan pak ik een zwaarder exemplaar. Ben ik bezig met erg kwetsbare onderdelen, dan kies ik een heel lichte. In zo’n situatie maakt 20 gram extra veel verschil. Ik gebruik de hamers onder meer bij perspassingen. Dat betekent dat ik een as in een gaatje tik of een onderdeel dat niet kan worden geschroefd -bijvoorbeeld een wijzertje- vastklem.
Ik werk regelmatig op een honderdste van een millimeter. Mijn hamer is één van mijn meest gebruikte gereedschappen. Hij ligt de hele dag binnen handbereik. De hamertjes mogen een erg afwijkend formaat hebben, het materiaal waarvan ze gemaakt zijn is niet bijzonder. De kop bestaat meestal uit messing of staal. De steel is van hickory. Dat loofhout wordt voor de meeste hamers gebruikt omdat het heel sterk is.”