Het duo, afkomstig uit de stad Groningen, hoorde via de radio dat het voormalige godshuis te koop was. Hun ondernemingsplan voor een toeristisch-recreatief bedrijf werd uitgekozen, voor een gulden wisselde de kerk in 1989 van eigenaar. „Met een klein beetje geld en veel hulp van familie, vrienden en kennissen hebben we de zaak verbouwd. Op 19 mei 1990 ging de deur weer open en zijn we begonnen, als een houtje-touwtjebedrijf. Een beetje studentikoos. Het leek ons altijd al leuk om een theeschenkerijtje op het platteland te beginnen. Dat idee is een beetje uit de hand gelopen. We krijgen nu jaarlijks zo’n 50.000 mensen over de vloer.”
”Torenhoge tea”
Brenda, van origine lerares handenarbeid en tekenen, trok aanvankelijk de kar. Johan zette zijn werk als psycholoog voort, om voor beleg op de boterham te zorgen. Tot De Theefabriek voldoende opleverde. „Het aantal bezoekers nam elk jaar toe. In de winter van ’99 is de hele kerk op de schop geweest en hebben we een stukje nieuwbouw gepleegd.” Nu staat zij alweer in de steigers. „Je blijft met dit soort panden bezig.”
Voor in het T-vormige kerkgebouw kreeg de theeschenkerij een plaats. Wie liever hoog wil zitten, zoekt een tafeltje op de voormalige orgelzolder. Daarvandaan voert een trap naar de torenkamer, waar eens de klokken hingen. Die zijn verwijderd, voor de galmgaten kwam glas.
Enkele tientallen meters boven de straat kunnen twee personen zich laten verwennen met een ”torenhoge tea” met vijf gangen. Door aan het klokkentouw te trekken, waarschuwen ze de bediening. Bij helder weer is de Martinitoren van het 25 kilometer verderop gelegen Groningen te zien. „Er hebben hier al vijftien huwelijksaanzoeken plaatsgehad”, lacht Lange. „Mensen komen zelfs uit Maastricht om in de torenkamer een high tea te gebruiken”
Theewinkel
In de theewinkel, ondergebracht in de voormalige pastorie, verkoopt Brenda zo’n 300 verschillende soorten thee, theepotten, theemutsen, theeglazen, theedoeken, thee-eitjes, theezeefjes, theetegels, theelichtjes, theeblikjes... Daarnaast begon De Theefabriek een postorderbedrijf, voor particuliere klanten, en een groothandeltje voor wederverkopers. „Die nemen onze eigen melanges af, zo’n honderd in totaal.”
Het mengen en afvullen gebeurt in Houwerzijl nog met de hand. De smaak van thee is voor een deel afhankelijk van de streek van herkomst. „Door thee uit verschillende gebieden te combineren, kun je heel mooie producten maken. Daarnaast heb je de theesoorten waaraan een ander product is toegevoegd: kaneel, citroen, sinaasappel, noem maar op.”
Tot de Tweede Wereldoorlog waren Groningen en Friesland uitgesproken theeprovincies, met theefabrieken als Douwe Egberts in Joure, Niemeijer in Groningen, Drie mollen in Bolsward, Smit, Tiktak, Dorlas, Insulinde. Na de oorlog rukte ook in het noorden de consumptie van koffie op. Toch heeft Nederland volgens Lange nog altijd een duidelijke theecultuur. Die weer opbloeit. „Toen wij begonnen, kwamen naast de standaard Engelse melange net de citroenthee en de sinaasappelthee op. Die ontwikkeling is doorgegaan, het assortiment is nu enorm uitgebreid. Momenteel is er veel belangstelling voor Chinese theebloemen. ”
Sfeer
De gedachte dat koffie een mannen- en thee een vrouwendrank is, wordt door de psycholoog weersproken. „Wel houden mannen misschien van wat pittiger dranken en vrouwen van wat lichtere. Die variatie heb je ook binnen de thee. Er zijn uitgesproken mannensmaken.”
Om die stelling te onderbouwen, pakt de eigenaar van De Theefabriek een pot met Lapsang Souchon, een gerookte thee die geurt als pruimtabak. Zijn populairste producten zijn Grunneger boer’n, Grunneger wadd’n en Heksenthee. De laatste tijd groeit de belangstelling voor de theelijn Puur Genieten, met ongemengde soorten. „Mensen zijn vandaag weer geïnteresseerd in de oorsprong van dingen.”
De theekenner bevestigt dat hij met zijn bedrijf voor een belangrijk deel sfeer verkoopt. „Dat is met heel veel producten het geval. Je probeer een bijpassend sfeertje te creëren. Bij ons is dat samen rond de theepot zitten. Thee associeer je met gezelligheid: het eerste kopje bij het ontbijt, de kinderen die uit school komen, het bijzondere Turkse theetje dat je in een glaasje in Turkije dronk.”
Sfeervol en goedkoop
Koffie heeft een geur van zakelijkheid. Een drank om wakker te blijven, pepmiddel voor sporters en soldaten, smeermiddel voor kantoorpersoneel. De vorm doet er niet zo veel toe. Een kom, een mok, een plastic beker, het kan allemaal. Hoe anders is het met thee. Gezet van blaadjes die zijn geplukt door ranke vrouwenhanden. Het edele vocht hoort in een porseleinen kopje of een theeglas. De grandeur klinkt door in de term high tea. Thee, naast water de meest gedronken drank ter wereld, is niet alleen sfeervol. Thee is ook lekker goedkoop.
Volgens een Chinese legende hebben we de drank te danken aan een trip van keizer Shen Nung, zo’n 5000 jaar geleden. Tijdens het tochtje dwarrelden blaadjes in een pan met kokend water. Dat ging niet alleen een aangename geur verspreiden, het vocht bleek ook voortreffelijk te smaken. Portugezen importeerden de theeblaadjes vanuit Japan naar Europa, rond 1610 kwam Nederland ermee in aanraking. In later jaren zou de aanvankelijk peperdure thee een belangrijk handelsproduct van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie worden. Hollandse planters legden op Java en Sumatra theeplantages aan, de Engelsen deden hetzelfde in India en op Ceylon. Vooral Ceylonthee werd een begrip.
Een theezakje als oogcompres
Het theemuseum in Houwerzijl biedt de bezoeker een verrassende blik in de historie en de wereld van thee. Onder het kerkdak verrees een deel van een theefabriek. Wandplaten geven informatie over het bewerkingsproces van de theeblaadjes: verflenzen, rollen, nat sorteren, fermenteren, drogen en sorteren. De nostalgische theekisten, die veertig jaar geleden voor een appel en een ei weggingen, zijn inmiddels zeldzaam. Een ter ziele gegane theefabrikant schonk het museum een meleertrommel, Douwe Egberts gaf een theezakjesmachine in bruikleen.
Waar eens de preekstoel stond, pronkt nu het standbeeld van dr. Cornelis Decker. De arts uit Alkmaar, met de bijnaam Bontekoe, prees thee in zijn ”Tractat van het Excellente Cruyt” aan als geneesmiddel tegen alle mogelijke kwalen. „Suyvert het grove bloedt, verdryft de sware droomen, verlyt de herssenen van de sware dampen....” Het slot van de lange lijst is tegelijk de topper: „doet de vreese wyken.” Kwade tongen beweerden dat Decker meer propagandist van de VOC was dan onbaatzuchtig arts.
Op de voormalige galerij van de kerk kan de bezoeker ideeën opdoen voor alternatieve toepassingen van thee. Als kleurmiddel, als luchtzuiveraar, als onderdeel van gerechten, als voetbad. En niet te vergeten het gebruikte theezakje als compres tegen vermoeide ogen.