Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Kleding als cultuurverschijnsel

 Dat kleding en godsdienst wat met elkaar te maken hebben, is niet zo verwonderlijk.

Dat kleding en godsdienst wat met elkaar te maken hebben, is niet zo verwonderlijk.

Vanaf het begin van het RD waren de kledingadvertenties een niet onbelangrijke categorie. Bij een krant als het ND is dat veel minder het geval. Kennelijk vormt het RD-publiek op dit terrein een specifieke doelgroep. Hoe is dat te verklaren? Waar liggen de wortels van de reformatorische mode?
Dat kleding en godsdienst wat met elkaar te maken hebben, is niet zo verwonderlijk. Kleding is immers een belangrijk cultuurverschijnsel. De gereformeerde zede betreft vanouds ook mode en kleding. Het 16e-eeuwse Genève kende antiweeldewetten, die onder meer betrekking hadden op kleding en sieraden. Men wilde een bepaalde soberheid in levensstijl handhaven. Mensen moesten niet boven hun stand leven.

In het begin van de 17e eeuw vond ds. Jacobus Trigland het nodig om te preken tegen weelde en overdaad bij zijn eigen mensen. De gereformeerden gaven daarmee de sober levende doopsgezinden argumenten in handen om hen onder vuur te nemen. „Siet, zeggen zy, hoe schoon zyn zy op-gepronckt! Hoe zyn zy met gouwt ende zilver behangen! Hoe zyn zy verciert! Soude dat de gemeinte Godts wesen? Soude dat Godts volk zyn?”

Sober en ingetogen
In later eeuwen kenmerkten de ’fijnen’ en de afgescheidenen zich door hun sobere en ingetogen kleding. De naam van zwartekousenkerken is niet uit de lucht komen vallen. Uiteraard betekenden de plaatselijke klederdrachten een aanzienlijke uniformering van het uiterlijk. Hoewel, op Zuid-Beveland was het zo dat de klederdracht van de protestanten afweek van die van de rooms-katholieken.

En zelfs de in principe uniforme klederdracht bood mogelijkheden om zich op de een of de andere manier te onderscheiden. Een tante van mij vertelde eens dat haar vader het niet passend vond als ze van onder haar Nieuwlandse muts veel van haar haar te voorschijn liet komen. Een ’hoge toere’ gold in zijn ogen als een hoerenversiersel. Dat zal rond 1930 geweest zijn.

Zo is er al heel wat afgediscussieerd over gepaste en ongepaste kleding. In de publieke discussie gaat het thans vooral om de kleding van de moslima’s. Laten hoofddoeken zich combineren met uniformen en andersoortige dienstkleding? En wat te denken van boerka’s, nikabs en wat dies meer zij? Uiteraard zijn er grenzen voor wat in een onderwijssituatie, op de werkvloer en bijvoorbeeld in het openbaar vervoer aanvaardbaar is. Maar over het geheel genomen geldt nog steeds de uitspraak van het SGP-kamerlid Van der Staaij, dat er in de huidige situatie meer reden is om zich zorgen te maken over dames die (zomers) te weinig kleren aan hebben, dan over dames die te veel aan hebben.

Drie gezichtspunten
Voor de reformatorische kring geldt dat thans met name drie gezichtspunten van belang zijn, waardoor de refomode zich onderscheidt en zich ook moet onderscheiden. Drie gezichtspunten waarmee in onze geseculariseerde maatschappij weinig rekening gehouden wordt. Dat is allereerst de notie van de eerbaarheid. Het dragen van kleding wordt in de Bijbel verbonden aan de zondeval. In de huidige sterk verseksualiseerde samenleving wil men daarvan niet weten. Vandaar allerlei schaamteloze kleding.

Een tweede notie heeft te maken met de scheppingsorde. God schiep de mens als man en vrouw. Waar men dat onderscheid wil minimaliseren en ook op andere manieren daarmee geen rekening wil houden (denk aan het homohuwelijk) hoeft het ons niet te verbazen dat ook het onderscheid in kleding tussen man en vrouw verdwijnt. Het is niet toevallig dat zich dat juist in onze tijd voordoet. Eén of twee eeuwen geleden zou dat ondenkbaar zijn geweest.

De derde notie betreft de zondag. Waar de zondag beleefd wordt als Gods dag, waarop je twee keer naar de kerk gaat, hebben mensen ook behoefte aan zondagse kleren. Naar Gods huis ga je immers anders gekleed dan wanneer je naar de (super)markt gaat. Waar het besef van het aparte karakter van de zondag verdwenen is en daarmee veelal ook de kerkgang, heeft dat ook gevolgen voor de het kledingassortiment. Zeker in een tijd als nu, waar over het geheel genomen een sterke informalisering van dresscodes plaatsvindt. Niet zelden is er sprake van een regelrechte verslonzing. Zo hoeft het verschijnsel van een op een aantal punten afwijkende refomode ons niet te verbazen. Al staat die ook, net als allerlei andere onderdelen van de gereformeerde levensstijl, onder druk. En daarbij is de 17e-eeuwse vermaning van ds. Trigland altijd nog relevant.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek