Kleding telt niet alleen voor accountants, winkelpersoneel en schoolleerlingen, maar ook voor docenten. Chris Flikweert, algemeen directeur van de reformatorische Gomarus Scholengemeenschap in Gorinchem: „We verwachten dat onze leraren representatief gekleed gaan. Dus geen vrijetijdskleding en geen spijkerbroek.
Deze outfit past het beste bij een adviseursrol én bij de christelijke identiteit van het bedrijf, aldus de directeur. „Je straalt er gedegenheid mee uit. Klanten verwachten ook dat we netjes gekleed zijn. Een broek met overhemd of trui is dus not done. En de stropdas mag pas af bij tropische temperaturen.”
De kledingcode was niet meer dan het vastleggen van het bestaande beleid. „Hij is samen met een vertegenwoordiging van het personeel opgesteld. Er ontstond geen discussie over. Niemand had behoefte alles tot op de centimeter te beschrijven.”
Het is geen straf om volgens de regels gekleed te gaan, merkt Van Vliet. „Ik hoef zelden iemand te corrigeren. Af en toe stellen jongeren een casual friday voor, maar daar blijkt weinig animo voor te bestaan.”
Geen donker pak
Kledingvoorschriften zijn bij Stichting Schuilpaats niet formeel vastgelegd, vertelt Pieter Bos. Hij is hoofd maatschappelijk werk bij de in Veenendaal gevestigde christelijke hulpverleningsinstantie. „Ik denk niet dat we dit ooit zullen doen, want zoiets levert onnodige discussies op. We gaan uit van het gezond verstand van collega’s en praten er eigenlijk nooit over.”
De outfit komt soms tijdens een sollicitatieprocedure aan bod. „Een enkele keer verschijnt een dame in broek. We leggen dan uit dat onze cliënten tot de gereformeerde gezindte behoren en vragen of ze er bezwaar tegen heeft tijdens het werk een rok te dragen.”
Maatschappelijk werkers kleden zich anders dan financiële dienstverleners. De heren kiezen voor een broek met overhemd of trui, terwijl stropdassen meestal ontbreken. Een (donker) pak komt al helemaal niet voor. „Ik zou een pak ook sterk ontraden, omdat dit kledingstuk onnodig afstand schept.”
Ondanks het ontbreken van kledingregels telt wel degelijk wat iemand aantrekt. „Afgetrapte spijkerbroeken zijn bijvoorbeeld niet gewenst”, merkt Bos op. „Met fatsoenlijke kledij toont een hulpverlener respect voor zijn gast. Cliënten moeten zich mede dankzij onze outfit op hun gemak kunnen voelen. De herkenbaarheid als christen biedt hun veiligheid en vertrouwen.”
Voorbeeldfunctie
Bij de combinatie kleding en school komen al snel leerlingen en de bijbehorende schoolgidsregels in beeld. Onzichtbaar voor de buitenwacht, maar wel degelijk aanwezig zijn voorschriften voor docenten. Chris Flikweert, algemeen directeur van de reformatorische Gomarus Scholengemeenschap in Gorinchem, hecht aan stijlvolle kledij. Wat dit inhoudt, staat in een kledingnotitie die in samenspraak met het personeel werd geschreven. In de discussie sneuvelde de noodzaak van een strop voor de formele outfit. „We verwachten dat leraren representatief gekleed gaan. Geen vrijetijdskleding, geen spijkerbroek. Wel een nette broek en overhemd eventueel met trui, al dan niet gecombineerd met jasje en dasje. Formeel is niet nodig, behalve in contacten met ouders. Leidinggevenden zijn wel formeel gekleed.”
Nette kleding is niet onbelangrijk, meent de schooldirecteur: „Er moet onderscheid blijven tussen leraren en leerlingen. Verder hebben docenten een voorbeeldfunctie, ze zijn de gastheer of -vrouw die leerlingen en soms ouders ontvangt.”
Leerlingen kunnen in de schoolgids nalezen wat de Gomarus van hen verwacht. „De regels zijn voor hen minder strak. Voor de jongens een lange, dan wel driekwartbroek, voor de meiden een rok tot op de knie en geen legging. Aanstootgevende kledingopdruk tolereren we niet.”
Flikweert tornt niet aan gemaakte afspraken. „Ook openbare scholen stellen regels op, wij doen dit onder meer op het gebied van kleding. Natuurlijk zoeken jongeren soms grenzen op. We knopen dan een gesprek aan. Af en toe delen we een waarschuwing uit door een meisje een ”schoolrok” aan te laten trekken.”
Winkelstijl
Wat wordt van personeelsleden van een kledingzaak verwacht? Moeten ze de collectie van de winkel dragen, als wandelende reclame? „De keuze van de kleding is van belang, maar betrokkenheid op klanten en servicegerichtheid tellen even zwaar. Het gaat om de totale uitstraling”, vindt Geurt van Ginkel. Hij is directeur van Rosedale Collections, met winkels in Barneveld, Hasselt, Veenendaal en Waardenburg. „Tijdens een sollicitatiegesprek komt de outfit aan de orde. Onze klanten hebben veelal een kerkelijke achtergrond. Een stijlvol en verzorgd uiterlijk in combinatie met het dragen van een rok geeft een stuk herkenning. Medewerkers dienen in elk geval kleding te dragen die bij onze stijl past. Natuurlijk zien we graag dat ze een keus uit onze collectie maken en bieden hun mede daarom korting.”
De ervaring leert dat personeelsleden regelmatig tussen de Rosedaleproducten grasduinen. „Ze combineren een basiselement met modekleuren. Zowel de poppen in de etalage als de medewerkers in de winkel tonen zo welke combinaties er met onze collectie mogelijk zijn. Dat is waardevol voor een bezoeker.”
Opmerkingen over kleding blijven niet tot het sollicitatiegesprek beperkt. „Kleding vormt een onderdeel van het functioneringsgesprek en komt in ons interne blad regelmatig aan de orde.” De kledingregels geven nooit problemen. „Rosedale bestaat tien jaar en ik heb nog nooit iemand op dit punt aan hoeven spreken.”