Eigenaar sinds: „2006. De tweede eigenaar, een inwoner van Sittard, was toen al drie jaar bezig met een restauratieproject. De auto was bij aankoop voor 90 procent klaar. De eindafwerking heb ik zelf gedaan. De wagen is nu tiptop. De Triumph komt uit het Amerikaanse Los Angeles. Ik bezit de eerste nummerplaat en heb de originele papieren. Het is ontzettend leuk om daarin te grasduinen. De eerste eigenaar heeft zelfs de originele envelop bewaard waarin alle paperassen zaten.”
Verliefd omdat: „Tijdens een vakantie in Luxemburg, vijf jaar geleden, logeerde een club oldtimerliefhebbers in ons hotel. Toen is de vonk overgesprongen. Thuisgekomen ben ik vrij snel op internet naar een klassieker gaan zoeken. Ik viel als een blok voor de donkerblauwe Triumph. Oude Engelse wagens hebben karakter en die donkere kleur maakt mijn auto zó chic. Engelsen konden wel wat, neem alleen al het prachtige, met hout vormgegeven dashboard van de Triumph. Het aardige van een klassieker is dat je er, in tegenstelling tot huidige modellen, nog zelf aan kunt sleutelen. Ik hanteer de poetsdoek vaak, maar iets aan een auto repareren geeft meer voldoening.”
Dagelijks gebruik, toertocht of garage: „Jaarlijks komt er zo’n 3000 kilometer op de teller bij. In principe rijd ik met de kap open. Alleen bij mooi weer, dan spettert de boel niet onder. Het was eerlijk gezegd wennen toen ik voor het eerst in de Triumph stapte. De stoelen zijn smaller en zeker met de kap dicht is het een stuk krapper. Het dak eraf halen geeft letterlijk en figuurlijk meer lucht. De wind door de haren, het gebrul van de motor, de geur van het gras en het vogelgefluit: het geeft telkens weer een kick. De Triumph staat startklaar in de garage. Zodra het mogelijk is, trek ik eropuit. Even uitwaaien op de Waaldijk, een boodschap doen bij de bouwmarkt of een bak koffie halen bij mijn dochters. De wagen kan prima mee op de snelweg, maar ik toer toch het liefst met een snelheid van zo’n 80 kilometer per uur over provinciale wegen.”
Nagekeken op straat: „Triumphrijders groeten elkaar onderweg door de hand op te steken. Ook andere weggebruikers reageren soms spontaan, zoals de fietser die kortgeleden zijn duim opstak.”