Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Academische allergie en intolerantie

 Prof. dr. P. J. Slootweg en onderzoeker dr. Kees van Vliet gingen deze week het debat aan over de grenzen van de academische vrijheid.

Prof. dr. P. J. Slootweg en onderzoeker dr. Kees van Vliet gingen deze week het debat aan over de grenzen van de academische vrijheid.

Prof. dr. P. J. Slootweg en onderzoeker dr. Kees van Vliet gingen deze week het debat aan over de grenzen van de academische vrijheid. Kan een wetenschapper vanuit zijn christelijke levensovertuiging ongehinderd wetenschap bedrijven?
In zijn bijdrage aan de rubriek Goedbekeken concludeerde prof. Slootweg, patholoog aan het UMC St Radboud in Nijmegen, onlangs dat de academische vrijheid nog volop bestaat. Als onderzoekers met een creationistische achtergrond tegen problemen aanlopen, is dat omdat ze de grenzen van de wetenschap overschrijden. Van Vliet, gepromoveerd bioloog, viel deze stelling in een opinieartikel fel aan. Het was tijd voor een persoonlijk gesprek tussen de twee wetenschappers, die beiden een uitgesproken christelijke levensovertuiging hebben.

Slootweg vond aanleiding voor zijn column in de opdracht die universitair docent Van Vliet had gemaakt voor zijn studenten (zie kader). Van Vliet wilde destijds studenten het ontstaan van de cel laten verklaren zowel vanuit de evolutietheorie als vanuit het gezichtspunt van intelligent design, waarbij een Ontwerper verondersteld wordt.

Slootweg opent het gesprek: „Als je een opdracht zo formuleert, vraag je om problemen. Het gaat niet om een gelijkwaardige vergelijking. Je kunt niet God erbij halen voor alles wat je nog niet kunt verklaren; God als een God van de gaten. De wetenschap gaat bij haar verklaringen nu eenmaal uit van naturalistische materialistische modellen en daar heeft een wetenschapper zich bij zijn werk aan te houden.”

De hoogleraar wijst als voorbeeld op een houten stoel. „Hoe is die gemaakt? Met een hamer en een beitel. Er is zeker een maker, maar die is voor de wetenschap niet van belang.”

Van Vliet erkent dat hij zo’n opdracht als toen nu niet meer zou maken. „Die was niet wetenschappelijk genoeg geformuleerd. Maar daar gaat het me nu niet om. Een feit is dat de bejegening door mijn mentor niet was: joh, dat heb je niet goed doordacht. Nee, ze explodeerde bijkans. De jarenlange goede verstandhouding was in één keer over. Ik mocht geen studenten meer assisteren. Het was over en uit.

Mijn punt is dat als je in de buurt komt van de theorie van Intelligent Design, je een fundamentalist bent. En dan maakt het niet uit of je volledig volgens de wetenschappelijke methode werkt.”

Verhitte strijd

Van Vliet liep er tijdens een sollicitatie als onderzoeker aan een biologiefaculteit tegenaan dat zijn christelijke achtergrond niet gewenst was. „Dat was hetzelfde fenomeen. Je wordt in de hoek van Bijbelse fundamentalisten gedrukt.”

Slootweg: „Toch heeft het jouw carrière niet geschaad. Je bent gepromoveerd en kijk eens wat je al hebt bereikt. Niemand krijgt in Nederland de handen op elkaar als hij zegt dat hij een christen is. Ik heb ook wel eens wat te horen gekregen. Maar dat ze mij ’s zondags niet op congressen zien, wordt volstrekt geaccepteerd. Mijn vraag is: krijg je last omdat je christen bent of omdat je creationist bent? Je wordt volgens mij niet maatschappelijk gestraft als er wetenschappelijk niets op je aan te merken is.”

Van Vliet: „Toch wel. Peter Roelofsma, die zijn sporen verdiend heeft in de psychologie, belegde na zijn bekering gebedsdiensten aan de VU. Een hoogleraar zei: „Als je ons zegt dat Jezus leeft en dat je met Hem kunt praten, dan rest ons niets anders te denken dan dat je gek geworden bent.” Roelofsma kon inpakken. Hij is verdwenen van de afdeling cognitieve psychologie. Ik wil hiermee aangeven dat goede wetenschappers in de problemen kunnen komen als ze uitkomen voor hun christelijke overtuiging.

Ook internationaal zie ik dat wetenschappers tegen harde grenzen aanlopen als ze vanuit hun christelijke levensovertuiging het darwinisme afvallen. In Duitsland is bijvoorbeeld prof. dr. Siegfried Scherer van de TU München ernstig in de problemen gekomen vanwege zijn intelligent designopvattingen. In de VS is een verhitte strijd tussen darwinisten en voorstanders van intelligent design. Als je dan geen instituut achter je hebt staan, kom je in de grootst mogelijke problemen.”

Spinozaprijs

Slootweg: „Anderzijds ken ik iemand in de VS die gepromoveerd is op fossiele hagedissen. Hij deed zijn onderzoek volgens de spelregels, dat wil zeggen: een duidelijke scheiding tussen verzamelen van feiten en hun interpretatie. Volgens mij is dat de juiste weg. Wetenschappelijk moet je je beperken tot het materialistisch naturalisme. Als een wetenschapper uitspraken doet over iets wat niet empirisch geverifieerd kan worden, verlaat hij de wetenschap. Goede wetenschap levert herhaalbare resultaten op. Daarop kun je mensen aanspreken.

Daarom kon Cees Dekker de Spinozaprijs winnen, terwijl hij in die tijd nog een fervent aanhanger was van het Intelligent Designstandpunt. Hij claimde dan ook geen dingen die hij niet empirisch kon bewijzen.”

Van Vliet: „Zo kun je terechtkomen in een cirkelredenering. Als je terugredeneert kun je zeggen: Intelligent Design heeft iemands carrière niet belemmerd. Procentueel zitten er echter maar weinig christenen op een hoge wetenschappelijke post. Waren ze onvoldoende gemotiveerd, of zijn ze actief geblokkeerd? De christenwetenschappers die er wel zitten, zijn die hun ‘primitieve Bijbelse opvatting’ kwijtgeraakt na hun studie of zijn ze misschien tussen de seculiere mazen doorgeglipt?”

Slootweg: „Het probleem van uitsluiting is reëel voor iedereen die de spelregels van de wetenschap niet accepteert. Dan moet hij maar wat anders gaan doen.”

Darwinisme

Van Vliet voorziet echter problemen als hij vanuit zijn christelijke levensovertuiging aannames inbrengt in de wetenschap. „Vragen naar de oorsprong zijn van levensbeschouwelijke aard. Niemand weet bijvoorbeeld hoe leven is ontstaan. Toch gaan biologen er op voorhand vanuit dat het er vanzelf is gekomen. Dat is evenmin wetenschappelijk als dat ik zeg dat God leven heeft geschapen.

God is voor mij niet alleen goed genoeg om de huidige kennishiaten te vullen. Hij is voor mij een realiteit in de schepping. God heeft Zijn schepping bedoeld als een vreedzame plek, vol harmonie. Dan kom ik in de problemen met het darwinistische model, waarin dood en verderf een hoofdrol spelen. Ik moet daar echter als wetenschapper wel in geloven.”

Slootweg: „Ik kan met je meevoelen, hoewel volgens mij ook andere visies op Genesis 1 mogelijk zijn, zoals die van de Britse theoloog Alister McGrath, die de beschrijving van de schepping figuurlijk opvat. In de methoden van de wetenschap speelt God echter geen rol, wel in hypothesevorming en interpretatie.”

Van Vliet: „De wetenschap is niet consequent. Ze zou neutraal kunnen zijn als ze de filosofische vooronderstellingen open zou laten en die niet op voorhand invult met een materialistische filosofie. Ik kan met evenveel recht Intelligent Design aanvoeren als verklaring voor mijn onderzoeksresultaten, maar dat mag niet. Ik wil goede wetenschap bedrijven, maar ik wil de resultaten wel kunnen interpreteren vanuit mijn eigen filosofische context.”

Rode bieten

Slootweg: „Intelligent Design is een lapmiddel om te verklaren wat de wetenschap nu nog niet begrijpt. Daarbij komt dat het creationisme star is en voor altijd vastligt, terwijl het darwinisme zich in de afgelopen 150 jaar continu heeft aangepast aan de nieuwste inzichten. Als ik een experiment heb gedaan, kan ik toch niet zomaar concluderen: Zie je wel, de Bijbel heeft gelijk?”

Van Vliet: „Ik ben dat niet met u eens. Het is onmogelijk om onbevangen wetenschap te bedrijven. Een evolutionist gebruikt het evolutiegeloof als vastliggend vertrekpunt en zoekt vervolgens naar een verklaring hoe het evolutieproces verlopen is.

Een darwinist doet bijvoorbeeld de aanname dat alles in de natuur verloopt volgens doelloze processen. Dat kan hij niet bewijzen; daar is geen enkele wetenschappelijk toets voor. Toch baseert hij zijn wetenschappelijke model op die vooronderstelling, terwijl ik met evenveel recht een model kan maken waarin alles wel een doel heeft. De wetenschap bevoordeelt hier één aanname zonder bewijs. Het andere model krijgt geen kans in de gangbare wetenschap. Als ik per se een atheïstische verklaring moet zoeken, is een andere visie uitgesloten.”

Slootweg: „Inderdaad kent wetenschap haar beperking. Zo kan ze niet verklaren waarom ik niet van rode bieten houd. Goede wetenschap houdt zich echter bezig met materie, het hier en nu. De rest is levensbeschouwelijke interpretatie.

Als ik een patiënt onderzoek en ik constateer longkanker, dan kan ik de conclusie trekken: hij heeft te veel gerookt. Maar hij kan ook horen bij de 20 procent die niet heeft gerookt en toch de ziekte heeft gekregen. Dan moet ik mijn menig door de feiten laten corrigeren. Het feit dat er een tumor zit die ik moet opsporen en waarvoor ik de juiste therapie moet selecteren, verandert niet.”

Aap en mens

Van Vliet: „Dat klopt, maar in de wetenschap is slechts één verklaringsmodel geldig. Zo nemen genetici als vaststaand feit aan dat de mens van een hominide afstamt. Ze constateren dat een mens duizend op genen lijkende structuren bezit die een aap niet heeft. Wat is hun conclusie? Die genstructuren hoeven we niet mee te tellen als genen, want het is ondenkbaar dat in die korte tijd tussen aap en mens zo veel functionele genen zijn ontstaan. Als het echter wel functionele genen blijken te zijn, hebben die genetici toch wat recht te zetten.”

Slootweg: „Je kunt een mens niet definiëren met zijn DNA. De mens draagt het beeld van God. Hij blies de mens de adem in. Maar dat is theologie. Met dezelfde gegevens kun je verschillende kanten op, op basis van je vooringenomen standpunt.”

Van Vliet: „Maar daarmee is niet elke denkrichting toegestaan in de wetenschap. Wetenschappelijk bewijs voor de overgang van aap naar mens is er formeel niet. Ik denk dat de aap en de mens apart geschapen zijn. Die mening wordt echter niet getolereerd.”

Slootweg: „Maar daar zit wel beweging in. Inmiddels is de zoveelste stamboom voor de afstamming van de mens opgesteld. En wie beweert dat de mens evolueert naar een supermens, doet absoluut geen wetenschappelijke uitspraak. Een hypothese moet verifieerbaar zijn: hij klopt of hij klopt niet.”

Van Vliet: „Ik wil mijn geloof ook bij mijn hypothese betrekken. Stel, ik wil alle DNA op aarde vergelijken. Mijn hypothese luidt bijvoorbeeld: past leven beter bij één gemeenschappelijke stamboom of bij tien verschillende? Die is verifieerbaar, maar niet toegestaan. Ik constateer in de wetenschap allergie en intolerantie voor opvattingen als de mijne.”

Hoewel Slootweg aangeeft wel voldoende academische vrijheid te ervaren, kan Van Vliet dat niet bevestigen. Na twee uur debatteren zijn de standpunten van beide wetenschappers niet nader tot elkaar gekomen.

Kees van Vliet heet in werkelijkheid anders.

Een eerdere opiniebijdrage van Van Vliet was anoniem geplaatst op diens uitdrukkelijke verzoek. Dat is niet gebruikelijk, maar in het onderhavige geval was de hoofdredactie van mening dat de kwestie zelf (”hoe ver strekt de academische vrijheid”) van behoorlijke importantie is én dat Van Vliet er groot belang bij had onbekend te blijven. Prof. Slootweg legde er echter terecht de vinger bij dat persoonlijke aanvallen door een anonieme persoon laakbaar zijn. Op initiatief van de redactie is daarom dit gesprek gevoerd en is deze kwestie rechtgezet.


Artikelen van controverse

Uit artikel ”In de ban en vogelvrij” (17-11-2009):

De lesstof voor het curriculum was behandeld. Van Vliet wilde studenten nog net voor het tentamen een extra opdracht geven. Ze zouden gaan napluizen welke verklaring leerboeken geven voor het ontstaan van celonderdelen, en welke verklaring zou volgen uit het geloof in een schepping. Vervolgens zouden ze argumenten voor en tegen afwegen. Daarmee zouden ze de hele tentamenstof nog eens doornemen en bovendien snuffelen aan filosofische vragen achter de wetenschap.

Van Vliet mailde de opdracht ook aan zijn begeleider. „Mijn universitair docent las de opdracht die ik voor de studenten had gemaakt. Ze werd zó kwaad. Schold. Vloekte. Ze haalde mijn onderwijstaak bij me weg en keek me nadien nooit meer aan.”


Prof. Slootweg reageerde als volgt in zijn column Goedbekeken (04-02-2010):

Het ging mij om de vraag of jonge creationistisch geïnspireerde wetenschappers inderdaad worden afgeschoten vanwege hun opvattingen óf omdat ze niet in staat zijn hun ideeën te vertalen naar hypotheses die verantwoord te toetsen zijn. Het zou wel eens kunnen zijn dat bij het laatste de schoen wringt. (…) Je hebt je dus te voegen in lopende onderzoeksprogramma’s die getrokken worden door gerenommeerde wetenschappers.”

Van Vliet stelde daarop in zijn bijdrage ”Academie intolerant tegenover geloof” (08-02-2010):

Hij (Slootweg) trekt de negatieve ervaringen in twijfel. (…) Iedere keer als het geloof in de Schepper in de media komt, gaat dat gepaard met een uitbarsting van denigrerende en haatdragende reacties richting gelovigen. De wereld staat op zijn kop als minister Van der Hoeven blogt dat Intelligent Design in de biologieles besproken zou kunnen worden. (…) Is het aannemelijk dat in dit klimaat gelovige wetenschappers kunnen beweren wat ze willen? Is de academie toleranter dan de samenleving?”


Lees ook:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels