Ook is de aarde ingericht voor leven. De zwaartekracht is bijvoorbeeld precies goed. Als die maar een fractie meer zou zijn, zou iedereen platgedrukt worden. De aardse atmosfeer is helder en doorzichtig en heeft een ozonlaag die voorkomt dat je huidkanker krijgt. Het afgepaste zuurstofgehalte in de atmosfeer maakt leven mogelijk.
De oceanen zijn een gigantische warmte-accu, ze slaan zonne-energie op en verdelen de warmte over de aarde. Daardoor is de gemiddelde temperatuur op aarde behoorlijk stabiel.
Aardbevingen en vulkaanerupties zijn niet fijn, maar wel nodig om het op aarde lekker warm te houden, want ze zorgen voor voldoende broeikasgassen in de atmosfeer.
Op aarde zijn verschillende kringlopen, die onmisbaar zijn voor leven, zoals de koolstof-, zuurstof- en stikstofkringloop (encyclo.nl).
Het binnenste van de aarde is een heel precies afgestelde kernreactor. Zou hij harder werken, dan stikt de aarde in vulkanisch stof. Als hij zachter zou werken, heeft de aarde niet eens een magnetisch veld dat beschermt tegen zonnewind en andere gevaarlijke straling van de zon.
Een wetenschapper zei eens dat als je de natuurkundige constanten maar iets zou veranderen, er geen sterren zouden zijn, geen complexe elementen en geen leven. Als er maar iets aan gerommeld zou worden, zou het heelal alleen maar bestaan uit waterstofgas, omdat de andere elementen niet gevormd zouden kunnen worden. Toevallig?
In Psalm 115:16 staat: „De aarde heeft Hij den mensenkinderen gegeven.” Zou de Heere God die aarde dan niet precies zo gemaakt hebben dat mensen erop kunnen wonen?
Dit is het negende deel in een serie over schepping en evolutie.