De meeste wetenschappers bepalen de ouderdom van gesteenten door het radioactief verval -de hoeveelheid radioactieve stof die is omgezet in andere stoffen- te meten. Die is volgens hen altijd constant geweest. Het RATE-team trekt dat laatste in twijfel. De zogeheten radiodatering is volgens hen totaal ongeschikt voor ouderdomsbepalingen.
Dr. Steve Austin en dr. Andrew Snelling, beiden geoloog en RATE-teamlid, onderzochten de leeftijd van allerlei gesteenten in de beroemde Amerikaanse Grand Canyon met enkele veelgebruikte radiodateringsme-thoden. ”Alle dateringsmethoden zouden dezelfde leeftijd moeten geven. De ouderdom van één soort gesteente varieert echter van 841 miljoen tot 1379 miljoen jaar”, stelt Austin.
Hoe oud de gesteenten precies zijn, is niet duidelijk; de metingen verschillen te veel. Onderzoekers vergelijken ze daarom met gesteenten waarvan ze de leeftijd al weten. Daarna kiezen ze uit de metingen de leeftijd die het meest waarschijnlijk is. Austin en Snelling vinden dat geen wetenschappelijke benadering.
Uit hun onderzoek blijkt dat radioactieve stoffen heel snel zijn veranderd in andere stoffen. Dit vond hooguit 8000 jaar geleden plaats, concludeert Humphreys, een collega van Austin en Snelling.
Ook blijken de onderste en bovenste lagen van de Grand Canyon ongeveer even oud. ”Ze zijn tijdens de zondvloed in korte tijd gevormd”, concluderen de onderzoekers.
Dit is de tweede aflevering in een drieluik over dateringsmethoden.Dit is het achttiende deel in een serie over schepping en evolutie.