Totaal onverwacht brak op 26 december om 5.28 uur een zwakke plek in de aardkorst onder Bam. Minimaal 500 jaar lang was de zijderoute, waaraan Bam ligt, vrij van aardbevingen. Het oppervlak vertoonde geen enkel spoor van een mogelijke zwakke plek. Bam lag op wat heet een blind breukvlak: jargon voor een breuk die niet alleen onzichtbaar, maar ook onbekend is.
Dat de breuk vlak onder Bam ligt, is volgens wetenschappers een verklaring voor de grote schade die de aardbeving aanrichtte. Van de wereldberoemde middeleeuwse citadel, een van de grootste bouwwerken ter wereld, bleef weinig over. Meer dan 20.000 mensen lieten het leven. Met 6,3 op de schaal van Richter was de beving echter tamelijk mild.
Terwijl de naschokken van de aardbeving nog voelbaar waren, richtten onderzoekers hun blik op de zwakke aardkorstplekken ten oosten van Bam. Deze breukvlakken, ontstaan bij vroegere aardbevingen, waren de laatste 23 jaar verantwoordelijk voor veel bevingen in de regio.
Op het eerste gezicht leken deze breukvlakken weer de oorzaak van de beving. In de buurt van de zwakke plekken troffen de wetenschappers geen grote scheuren aan; wel vonden ze veel kleine barsten in het aardoppervlak ter plaatse.
Een observatiesatelliet van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA zond begin dit jaar echter beelden naar de aarde die erop wezen dat de verantwoordelijke breuk veel westelijker moest liggen, precies onder Bam. Binnen de stad nam de satelliet grote hoogteverschillen waar als gevolg van aardverschuivingen.
De eerste beweging in de belangrijkste breuk ontstond ten zuiden van Bam, concludeerden aardbevingsdeskundigen op grond van deze gegevens. De aardkorstdelen schoven op sommige plaatsen bijna 2 meter langs elkaar. De breuk breidde zich in vijftien seconden uit naar het noorden en hield net voor de stad halt.
Een unieke situatie, aldus de onderzoekers. Niet dat het scheuren van een onzichtbare, zogenaamd blinde breuk zo bijzonder is. Maar bij de breuk onder Bam past volgens de theorie geen blindheid. De spanning is anders opgebouwd dan bij de tot nu toe bekende blinde breuken.
Geschiedenisboeken
Aardbevingen hebben alles te maken met de beweging van de aardkorst. Het buitenste deel van de korst, de lithosfeer, bestaat uit zeven grote en verschillende kleine aardplaten die op de aardbol verschuiven. Op de punten waar de platen uit elkaar gedreven worden, ontstaat nieuwe aardkorst.
Op andere plaatsen botsen de aardplaten tegen elkaar. De ene plaat kan de andere dan omhoog duwen, waardoor er grote bergketens ontstaan. Het Himalayagebergte tussen India en China is hiervan een voorbeeld.
Door de bewegingen lopen de spanningen binnen de aardplaten hoog op. Die spanningen concentreren zich rond breuken in de aardkorst. Bij een blinde breuk is meestal sprake van drukspanningen. Wanneer die te groot worden, duwen de delen van de aardkorst ter plaatse van het breukvlak elkaar met veel geweld omhoog en ontstaat er een heuveltje.
Het unieke van de situatie onder Bam is dat de breuk blind is, terwijl niet de drukspanningen de boventoon voeren, maar schuifspanningen. De aardkorstdelen duwen elkaar daarom niet omhoog, maar schuiven bij een aardbeving horizontaal langs elkaar. Alle breuken rond Bam ontladen zich op deze manier.
De breuken in de regio Bam nemen bij elkaar ongeveer 30 procent van de verschuiving van Centraal-Iran ten opzichte van Afghanistan voor hun rekening. Dat komt neer op 2 millimeter per jaar. De meeste breuken in de omgeving van Bam zijn goed zichtbaar omdat ze in vergelijking met de blinde breuk onder Bam vaak breken.
De verwachting is dat de volgende verschuiving op dit breukvlak weer eeuwen op zich zal laten wachten. Regen en wind zullen dan alle sporen van de aardbeving van vorig jaar uitgewist hebben. Maar van een blinde breuk kan geen sprake meer zijn, want de aardbeving van 26 december 2003 is in de geschiedenisboeken van Iran opgetekend.