Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Aanval op de vrijheid van onderwijs

 De School met de Bijbel in Emst. Foto Rob Vos
 1 van 3  

De School met de Bijbel in Emst. Foto Rob Vos

Ineens staat het bijzonder onderwijs weer volop in de schijnwerpers. Een leerkracht van de School met de Bijbel in Emst koos ervoor te gaan samenwonen met zijn vriend en is momenteel in gesprek met het schoolbestuur over zijn dienstverband.
Homobelangenorganisatie COC reageerde furieus, de fractie van GroenLinks in de Tweede Kamer riep minister Plasterk op het matje. Die wees belangenorganisaties die geen partij zijn in de kwestie op de mogelijkheid het optreden van het bestuur aan te kaarten bij de Commissie Gelijke Behandeling (CGB), een stap die het COC tegen de wens van de betrokken leerkracht in inmiddels heeft gezet.

De Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) ziet de ophef met lede ogen aan. Maar hoe kijken twee aanverwante scholenkoepels, de protestants-christelijke Besturenraad en de gereformeerd vrijgemaakte LVGS, tegen de kwestie aan? In gesprek met vertegenwoordigers van deze twee organisaties.


„Er is ruimte voor wat Emst doet”

Scholen die homoseksuele relaties afwijzen en dat tot uitdrukking brengen in hun statuten, handelen in strijd met de wet, schreef minister Plasterk onlangs. Of orthodoxe protestants-christelijke scholen hun beleid nu maar vlug naar zijn inzichten moeten aanpassen? Directeur W. Kuiper van de Besturenraad, de belangenbehartiger van pc-scholen: „Nee. Het enkele feit van zo’n brief is onvoldoende reden om overstag te gaan.”

De visienota over homofiele leerlingen die de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) vorig jaar presenteerde, las Kuiper met waardering. „Ik vond het moedig dat de opstellers er blijk van gaven dat ze homofilie zien als gegeven, als iets dat wezenlijk kan zijn voor iemands identiteit en serieuze begeleiding verdient.”

Tegelijkertijd stellen de opstellers van de nota voorop dat de Bijbel in hun visie geen ruimte laat voor homoseksuele relaties, constateert Kuiper. „Dat zouden wij als Besturenraad nooit in die vorm naar buiten kunnen brengen, daarvoor is onze achterban veel te breed.”

Hoe breed? Kuiper: „Dat varieert van scholen waar homoseksualiteit volledig geaccepteerd is en de directeur getrouwd is met iemand van hetzelfde geslacht, tot de School met de Bijbel in Emst, die nu onder vuur ligt. Scholen als Emst nemen expliciet in hun grondslag op dat er geen ruimte is voor leerkrachten die een relatie aangaan met iemand van hetzelfde geslacht.”

In de praktijk, zegt Kuiper, verwijst elke pc-school nog wel naar zijn christelijke grondslag, zij het in uiteenlopende en soms algemene bewoordingen. „Verschillen van inzicht zijn er vooral rond de vraag: Staat het hebben van een homoseksuele relatie het realiseren van die grondslag in de weg? Volgens sommige scholen is dat niet het geval en hebben die twee niets met elkaar te maken. Anderen stellen dat een homoseksuele relatie strijdt met het Woord van God en Gods bedoeling met de mens. Ze brengen dat vervolgens tot uitdrukking in hun personeelsbeleid.”

Herzien
Ondanks die variëteit nam de Besturenraad in heldere bewoordingen afstand van de handreiking die onderwijsminister Plasterk vorige maand stuurde aan de besturen van scholen in het primair onderwijs. Kuiper: „De minister schrijft dat elke school vanuit zijn eigen visie en identiteit homoseksualiteit bespreekbaar moet maken. Toch gaat de handreiking uit van maar één visie: iedereen moet homoseksualiteit gewoon vinden. Wij hebben hem gevraagd dat standpunt te herzien. In de maatschappelijke elite is een sterke stroming die de vrijheid van onderwijs wil inperken om beter te kunnen optreden tegen wat men beschouwt als uitwassen van die vrijheid. De ene keer gaat het om segregatie en het ontstaan van zwarte scholen, dan weer over moslimscholen en die manier waarop zij hun godsdienstonderwijs vormgeven, of zoals nu over het personeelsbeleid.

De brief is dus niet zozeer verstuurd omdat wij de visie van de minister op homoseksualiteit willen bekritiseren. Wij keren ons tegen degenen die het onderwijs vanuit de sterke arm van overheid willen inrichten. In onze ogen leidt dat tot een onwenselijke vorm van staatspedagogiek.”

Geen van de pc-scholen distantieerde zich tot dusver van de brief van de Besturenraad of van het personeelsbeleid van de School met de Bijbel in Emst. Kuiper: „Ik denk dat alle pc-scholen in datgene wat Plasterk voorstaat rond homo-emancipatie een aanval op de vrijheid van onderwijs herkennen. Inhoudelijk zijn sommige scholen het waarschijnlijk oneens met Emst, maar ik denk dat ook zij net als wij vinden dat elke school zijn grondslag mag vertalen in eigen personeelsbeleid, mits de school leerlingen respect bijbrengt voor mensen met een homoseksuele gerichtheid en homovijandigheid tegengaat. Hoe zo’n grondslag moet luiden, is niet aan de overheid.”

Kuiper ziet Plasterk als een gepassioneerd voorstander van homo-emancipatie. „Hij laat zich duidelijk meeslepen door zijn enthousiasme. Toch heeft de minister in sommige kranteninterviews formuleringen kunnen vinden waaruit blijkt dat hij inziet dat hij zijn inzichten niet een-op-een kan doorvertalen in elke schoolpraktijk.

De minister moet het bovendien niet doen voorkomen alsof orthodox-christelijke scholen en hun achterban de enige zijn die met het onderwerp homoseksualiteit worstelen. Waarom niet gewoon gezegd dat het maatschappelijk nog steeds een gevoelig thema is? Dat hij sommige ambtenaren de opdracht geeft om een lesbrief homoseksualiteit voor basisscholen op te stellen, gaat dan ook wat ver. Ik denk toch echt dat het aan scholen zelf is of ze het thema aan de orde willen stellen en zo ja, op welke manier.”

Geloofwaardig
Noch de school in Emst, noch overige scholen die qua visie op homoseksualiteit op dezelfde lijn zitten, hoeven in de brief van de minister aanleiding te zien hun personeelsbeleid aan te passen, aldus Kuiper. „Het enkele feit dat de minister zo’n brief schrijft, is onvoldoende reden om overstag te gaan. Behoudende pc-scholen verkeren nu op het standpunt dat ze homoseksuele leerkrachten mogen weigeren, niet vanwege het enkele feit van hun geaardheid of burgerlijke staat, maar omdat ze vinden dat die leerkrachten de doelstelling niet geloofwaardig kunnen uitdragen. Ik denk dat die ruimte er ook gewoon is, al krijgen we dat juridisch misschien nooit helemaal helder, omdat zaken waarbij dit speelt zelden in een zuivere vorm voor de rechter komen. In veel gevallen komen de betrokkenen daarvoor zelf al tot een vergelijk.”

Ziet hij het bekritiseren van artikel 23 als een golfbeweging of als een aanval die steeds intensiever wordt? Kuiper: „Dat laatste. Het is in Nederland niet mogelijk om initiatiefwetsvoorstellen te toetsen aan de Grondwet. Het wetsvoorstel ”Goed onderwijs, goed bestuur”, dat de minister vergaande aanwijzingsbevoegdheden geeft ten aanzien van schoolbesturen, zou dus van kracht kunnen worden als het door de Tweede en de Eerste Kamer komt. Zo’n voorbeeld laat zien dat de wetgever de onderwijsvrijheid gaandeweg kan inperken. Voeg dat bij het feit dat de zorgen over het herlevend belang van religie bij een seculiere Kamermeerderheid duidelijk toenemen en het is duidelijk dat artikel 23 echt in gevaar is. Ik zou er daarom voor zijn als zo’n grondwettelijke toets van nieuwe wetten er komt.”


„Plasterk verstoort proces binnen scholen”

Hij ziet het debat over de vrijheid van onderwijs de komende tijd verder verscherpen. Toch waakt directeur Harry Lamberink van de gereformeerd vrijgemaakte scholenorganisatie LVGS ervoor om direct de messen te slijpen. „Met zijn brief aan de scholen over het homobeleid maakt minister Plasterk wel duidelijk dat hij scherp aan de wind wil zeilen.”

De vrijheid van onderwijs staat de laatste jaren steeds vaker ter discussie, stelt Lamberink vast. „Niet alleen in het homodebat, ook in de discussie over integratie en segregatie merk ik dat sommige politici het bijzonder onderwijs meer als probleem zien dan als groot goed.”

De agenda van Plasterk is volgens Lamberink helder. „Ik zal hem niet verwijten dat hij zijn werk als minister van homo-emancipatie op gedreven wijze verricht. Maar hij is ook minister van Onderwijs. Op dat terrein is hij minder zichtbaar.”

De omstreden brief van de minister is ook bij de directeur van de scholenkoepel niet in goede aarde gevallen. „Er is duidelijk sprake van een trendbreuk. In Nederland hebben we een serie grondrechten, waarvan altijd is gezegd dat die principieel nevengeschikt zijn. Om die reden is de overheid nooit als scherprechter opgetreden. Ze was zich ervan bewust dat het een complexe situatie is als grondrechten met elkaar lijken te botsen. Daarbij had de overheid altijd de wijsheid om de burgerlijke rechter als onafhankelijke macht te laten oordelen in individuele kwesties.”

Lamberink vindt dat de staat er nog altijd wijs aan doet zich terughoudend op te stellen. „Dat doet Plasterk nu juist niet. Wat mij betreft zit daar ook de kern van de discussie: hoe gaan we om met onze grondrechten? Zijn we nog in staat wijsheid te betrachten om waar gewetens in het geding zijn elkaar ruimte te geven? Die houding staat in een jarenlange traditie. Maar op het thema homoseksualiteit lijkt momenteel de vlam in de pan te slaan.”

De LVGS-directeur antwoordt voorzichtig op de vraag hoe het komt dat juist op dit onderwerp de gemoederen zo snel verhit raken. „Het is duidelijk dat het begrip bij seculiere Nederlanders voor christelijke waarden aan het afnemen is. In een geseculariseerd en individualistisch tijdperk is het voor velen moeilijk te verkroppen als de individuele ruimte wordt begrensd.”

Naast de secularisatie ziet Lamberink nog een factor die ten koste gaat van de ruimte voor schoolbesturen: de toenemende Haagse bemoeizucht. „De beweging sinds 1995 om schoolbesturen meer vrijheid te geven, wordt door deze minister weer omgebogen in een richting dat Den Haag wil voorschrijven hoe het schoolbestuur en de onderwijskwaliteit eruit horen te zien. Ik weet niet zeker hoe Plasterk hier precies in staat, omdat hij zich daar niet expliciet over heeft uitgelaten. Maar in zijn optreden zie ik duidelijk tekenen van reregulering: de minister wil graag zelf aan de touwtjes trekken en het niet overlaten aan de scholen zelf. Helaas is er geen open debat over de sturingsfilosofie van de overheid.”

De huidige politieke cultuur draagt ook niet bij aan rust voor het onderwijs, meent Lamberink. „De politiek is hyperig: gericht op de korte termijn en de eigen zichtbaarheid. Dat is ook te zien in de reactie van sommige politieke partijen op het op non-actief zetten van een homoseksuele leraar door een schoolbestuur in Emst.”

Irritatie
De directeur van de onderwijskoepel bespeurt een toenemende irritatie onder politici als scholen hun eigen identiteit serieus willen nemen. De brief van Plasterk is voor Lamberink daar een voorbeeld van. „De minister is duidelijk op ramkoers. Als hij wil dat scholen over homoseksualiteit nadenken, moet hij niet zo’n brief sturen. Hij verstoort daarmee het proces binnen de scholen en roept defensief gedrag op. We moeten onszelf blijven en het gesprek over homoseksualiteit zorgvuldig met elkaar voeren. Laten we geen stoere taal gebruiken. Als gereformeerde scholen hechten we aan het Woord van God. Daarnaast willen we graag voor iedereen een veilige school zijn, ook voor homo’s. We moeten er met elkaar over spreken hoe dat handen en voeten krijgt. Homoseksualiteit is een complex onderwerp, want het gaat over mensen. Na de zomer hopen we als gereformeerde scholen met onze visie hierover naar buiten te komen. We laten ons niet opjagen omdat de minister een brief heeft geschreven.”

Lamberink vindt het jammer dat Plasterk nog nooit de moeite heeft genomen contact met de LVGS te zoeken. „We willen met iedereen praten. Op die manier praten we ook met leden van de Tweede Kamer om hun te laten zien wie we zijn en waarvoor we gaan en staan. Het is belangrijk om met sleutelfiguren in de politiek en samenleving te spreken en zo te zorgen voor een realistisch beeld van het gereformeerde onderwijs.”

Inperking vrijheid
Bang dat artikel 23 als zodanig zal verdwijnen, is Lamberink vooralsnog niet. „Een grondwetswijziging kost veel tijd. Maar gelet op de toenemende irritatie over de onderwijsvrijheid is het zaak om er alert op te zijn dat niet via deelwetgeving de vrijheid wordt ingeperkt.”

Met spanning kijkt Lamberink uit naar het advies van de Raad van State over de Algemene wet gelijke behandeling. „Het zogeheten enkele feit speelt voor ons niet. Het geloof is niet iets waar je af en toe wat aan hebt of over nadenkt, om daarna weer tot de orde van de dag over te gaan. We willen consistent in leer en leven zijn.”

Er kan een moment komen dat steviger protesten vanuit het bijzonder onderwijs noodzakelijk zijn, geeft Lamberink toe. „Maar we moeten niet te snel de messen slijpen. Daar worden messen ook bot van. Toch wil ik niet uitsluiten dat we weer eens mensen mobiliseren voor een grote protestactie. We zijn zuinig op de grondwettelijke vrijheid voor Bijbelgetrouw onderwijs. Het is dan ook te hopen dat we in het debat over de vrijheid van onderwijs komen op het fundamentele niveau van de grondrechten en hun onderlinge samenhang. Grondrechten zijn niet los verkrijgbaar.”


Lees ook: Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels